Darwin in ons dagelijks leven
  • Over de auteur
    • English
  • Boeken
    • De klok slaat tien >
      • De klok slaat tien - recensies
    • Voetstuk >
      • Voetstuk - pers
      • Voetstuk - lezers
    • Standaardwaarde >
      • Standaardwaarde - pers
    • Eindelijk oud >
      • Eindelijk oud - pers
      • Eindelijk oud - lezers
      • Eindelijk oud - English
    • Bloot toeval
    • De club van ik
    • Darwin in het nieuws
    • Darwin in de supermarkt
    • De brein machine
    • Waarom we willen wat we willen
    • De bril van Darwin
  • Missie
  • Lezingen
  • Vertalingen
  • BLOGS
    • Paradise by the dashboard light
    • Over de bips van mevrouw
    • Fooien en paardenstaarten
    • Coronacrisis
  • Podcasts

De klok slaat tien

Onder het bewind van grootmoeders

​romandebuut

Picture
N I E U W

ISBN: 9789493381728​

Uitgegeven bij Storyland, 2025

Wanneer grootmoeders het bewind voeren...
​
Ergens in het verleden, of is het in de toekomst, leeft een dorp in zorgeloze rust. Niemand heeft een idee waar het ligt, misschien in Utopia. Heeft het een naam? Het wordt bestuurd door wijze, grijze dames, grootmoeders: de vrouwen hebben sinds vele eeuwen het beleid van het leven van de dorpelingen in handen. In hun dagelijks leven maken we kennis met typisch menselijke relaties, emoties en ambities. Voor spannende verwikkelingen, zoals seksuele rivalen, non-binariteit, of een gruwelijke misdaad... wordt door de vrouwen op een hun geëigende manier naar een oplossing gezocht, zonder hardheid, maar veel mededogen. Dat loopt heel anders dan onder een mannelijk beleid.

De klok slaat tien is een combinatie van een liefdesverhaal, een hersenspinsel, een leuke kennismaking met ons doen en laten en een literaire thriller.


"Met zijn eerste roman bevestigt Mark Nelissen zijn talent als verteller en observator. De klok slaat tien is een inventieve, warme en intelligente roman die vragen stelt zonder te oordelen, en die laat zien dat empathie en wijsheid krachtige instrumenten kunnen zijn in het leven. Het boek is een aanrader voor iedereen die houdt van verhalen die zowel verwonderen als aanzetten tot nadenken." (Boekenkrant juli/augusts 2025)

​
recensies



​een teaser om te starten

Picture

​       Hoe het begint

Ondanks de aanzwellende mist ziet Ada nog net de wijzers van
de klok op de toren, en ze schrikt: ze wijzen bijna acht uur aan!
Ze versnelt haar stap, ook al willen de pijnlijke knieën niet mee.
Haar brede, lange rok, die bijna tot haar enkels reikt, wappert
door haar verhaaste tred. Ze wil niet te laat komen, niet weer.
Het wordt immers een erg boeiende avond, waarvan ze zich
ongeduldig afvraagt hoe het probleem zal worden opgelost. En
wat is precies het probleem? Zou het met de Grote Stap te maken
hebben? Wordt dit een drama voor de hele gemeenschap, of
wordt er een zachte regeling gevonden? Ze volgt de kronkelende
straatjes van het dorp, zoals ze dat elke vrijdag doet. Na zeventig
zomers kan ze blindelings door de steegjesdoolhof lopen. Langs
de hoedenmaakster, de mandenvlechtster, de visboerin, de
varkenskweekster, de kruidenwinkel, de drogisterij met zijn
zelfgemaakte medicijnen...
En de snoepwinkel, waar ze zesmaal tien zomers geleden
haar zakgeld inruilde voor zoethout. Ze kan de geur nog steeds
oproepen in haar geheugen, en toverbollen en trekdrop en spekken
en vliegende schotels en soms, heel soms een ijsje. De winkel
staat er nog heerlijkheid uit te stralen, maar de dikke, vrolijke
dame achter de hoge toonbank, die steeds lachend de lekkernijen
in een zakje deed en dat mooi dichtvouwde, is al lang verdwenen.
Er hebben in al die jaren al veel dames achter de toonbank het
zakgeld van kinderen omgewisseld voor snoepgoed, maar de
winkel zelf is amper aangetast door de tijd. Ada kan niet anders
dan weer even stilstaan en een blik werpen door het uitstalraam,
ondanks de klok die nu onverbiddelijk één minuut voor acht
aanwijst. De lekkernijen uit haar jeugd zijn aangevuld met
nieuwe kleurrijke zoetigheden, maar nooit loopt ze deze plaats
voorbij. Ze katapulteert haar heel even terug naar de onschuldige
kinderjaren, en dat is even zalig als haar wekelijkse warme bad.
De klok slaat achtmaal. Ada bereikt het plein, het dorpsplein
waar wekelijks een rumoerige markt wordt gehouden, of waar nu
en dan een feestje wordt gebouwd, of waar de kinderen spelen en
hun moeders gezellig met elkaar kletsen, waar de ouderlingen in
groepjes met elkaar keuvelen over vervlogen tijden, waar, indien
nodig, de Raad van Wijzen het volk toespreekt om een of andere
beslissing kond te maken. Er is daarvoor speciaal een verhoog
gebouwd om bij een proclamatie wat hoger te staan dan de
menigte. ’s Avonds zit er weleens een vrijend stel op het podium.
In het midden van het plein trotseert een waterpomp de tand
des tijds. Sommigen zeggen dat ze al enkele eeuwen oud is, maar
niemand kan dit beamen noch ontkennen. Tussen het verhoog
en de waterpomp zit een rond stuk hout tussen de kasseien. Het
is duidelijk een afgezaagde paal, en het hout is gedurende lange,
lange tijd afgesleten tot het niveau van de straatkeien. Ada haast
zich naar het vergaderlokaal, de Raadzaal, en duwt de deur open.
De andere leden van de Raad zitten aan de grote eiken tafel en
draaien alle drie het hoofd naar haar, ze vuren boze blikken af.
Ada kent deze gezichtsuitdrukkingen en is er bang voor. Vooral
de doorgaans beminnelijke Odo, die voor het derde jaar op rij
de rol van Eerste Wijze kreeg toegewezen, heeft de ogen van een
arend die op het punt staat een prooi in de klauwen te nemen.
‘Nu weer, Ada?’ snijdt ze met een vlijmscherpe stem de stilte
aan stukken, een toon waarvoor ze allen bang zijn...

Picture
       Het ongeluk in hoofdstuk 7

Op een barkoude winterdag gebeurde de ramp. De
dorpelingen kochten veel varkensvlees met vet aan, want dat
vet zou hen warm houden. De zaak van Hildegard draaide
uitstekend. Vader, moeder en zoon moesten de handen ver uit
de mouwen steken om iedere klant tevreden te stellen. Isidoor
had net de opdracht gekregen om een geslacht varken in stukken
te verdelen. Het dier hing met zijn voorpoten aan een x-vormig
kruis, zijn ingewanden waren er al uitgehaald. Isidoor zocht het
juiste hakmes om het dier van kop tot kont in twee te splitsen.
Het was te koud voor zijn vingers, dus legde hij eerst nog wat
houtblokken op het vuur achter hem, zodat hij zijn handen kon
warmen en minstens zijn rug warm, ja zelfs heet, zou blijven.
Toch bleven zijn handen koud.
Hij hakte op het dier in alsof zijn leven ervan afhing. Het was
niet de eerste keer dat hij deze job kreeg, en hij kende de knepen
van het vak, maar zijn halfbevroren handen hadden controle
verloren. Bovendien begon de vermoeidheid toe te slaan.
Wanneer de twee varkenshelften nog maar met de onderste
wervel met elkaar verbonden waren als een Siamese tweeling,
bracht Isidoor het kapmes hoog boven zijn hoofd om de laatste
slag toe te brengen en zwaaide het met volle kracht naar
beneden. Hij had de afstand tot het doel echter slecht ingeschat
en het mes schampte af, volgde zijn weg verder naar beneden
volgens de zwierende beweging van de armen, en stopte zijn
reis ingeplant in de rechterknie van de jongeman. Hij schrok
hevig, maar voelde nog niets, hij zag alleen hoe zijn bloed in het
rond spoot. Als in een reflex wilde hij het kapmes weer optillen,
maar het zat muurvast. Plots ontplofte de pijn en hij slaakte een
doordringende gil. Zijn lichaam wilde weglopen van dit onheil,
maar maakte een fout door het geblokkeerde rechterbeen niet
mee te tellen. Het linkerbeen probeerde een stap te zetten,
maar daardoor viel het hele lichaam om, met de rug in het vuur.
Isidoor brulde oorverdovend zoals het dorp nog nooit een gebrul
had gehoord. Terwijl de vlammen links en rechts naast zijn
lichaam de hoogte in schoten, drong het schreeuwen door merg
en been, en zwaaide hij met de armen. De pijn was ondraaglijk.
Hij voelde een sterke hand die een van zijn armen vatte, en hem
met één ruk uit het vuur trok. Zijn vader had de ramp vanop
afstand zien gebeuren en was onmiddellijk beginnen te rennen.
Isidoor viel op zijn buik, waardoor het mes nog dieper in zijn
knie drong, de rug van zijn hemd stond nog in brand. Hij brulde
en brulde. Vader was gelukkig snel van begrip en draaide hem
meteen op zijn rug, de vlammen kregen geen kans meer. De
onmeetbare pijn wel.
Vader draaide hem op zijn zij en keek naar het hakmes,
muurvast in de knie, en naar de zwaar verbrande rug. Hij wist
niet wat vlees en wat hemd was. Er warrelde nog rook omhoog
vanuit de kleding. Hij pakte de eerste de beste emmer, schepte
water uit de drinkbak van de varkens, en bluste de rug van zijn
zoon. Hij raakte in paniek. Ondertussen waren dorpelingen
komen aanlopen, geschrokken door het hevige gebrul. Enkele
mannen begonnen onmiddellijk een draagberrie te maken van
wat ze rondom zich vonden, twee balken en een zeil, legden de
ongelukkige erop en haastten zich naar het ziekenhuis. Het was
lang lopen, maar ze vertraagden niet...

​
© COPYRIGHT 2016 Alle rechten voorbehouden.
  • Over de auteur
    • English
  • Boeken
    • De klok slaat tien >
      • De klok slaat tien - recensies
    • Voetstuk >
      • Voetstuk - pers
      • Voetstuk - lezers
    • Standaardwaarde >
      • Standaardwaarde - pers
    • Eindelijk oud >
      • Eindelijk oud - pers
      • Eindelijk oud - lezers
      • Eindelijk oud - English
    • Bloot toeval
    • De club van ik
    • Darwin in het nieuws
    • Darwin in de supermarkt
    • De brein machine
    • Waarom we willen wat we willen
    • De bril van Darwin
  • Missie
  • Lezingen
  • Vertalingen
  • BLOGS
    • Paradise by the dashboard light
    • Over de bips van mevrouw
    • Fooien en paardenstaarten
    • Coronacrisis
  • Podcasts